Als de basis maar goed zit.
 
Tenslotte voldoet elk sterk verhaal aan enkele basisprincipes. * Hou het kort en bondig. Slechts één boodschap per communicatie. Doe vooraf de test en vat voor jezelf je boodschap samen in één zin. * Hou je doelpubliek goed voor ogen. Voor wie vertel ik mijn verhaal? Maak keuzes. Je kan nu eenmaal niet met eenzelfde boodschap iedereen in één keer aanspreken. * Waarom wil je dit vertellen? Met het juiste antwoord op die vraag sluipt meestal ook emotie in je verhaal. * Wie is het meest geschikt om je verhaal op een beklijvende manier te vertellen... met de meeste passie en overtuiging: dat kan iemand van het bedrijf zijn, een medewerker maar ook een klant of een leverancier. * Wees kritisch voor jezelf en ga na waarin je onderscheidend bent: waarom moet je klant naar jouw verhaal luisteren en niet naar dat van een concurrent? * Hoe creëer je de meeste impact: met bewegend beeld ("seeing is believing") of met grafiek, tekst of audio?? * Een verhaal moet gisten: verzamel je informatie en ideeën, synthetiseer, kies en schrap tot de essentie overblijft. Elk verhaal trekt eerst je aandacht, krijgt dan diepgang en sluit af met een sterker einde dan begin. * Er bestaan ook kapstokjes die je helpen een verhaal goed te vertellen: herkenbaarheid, vraagstelling, spanning, ontlading, verrassing, humor. Werk daarbij met voorbeelden, getuigenissen, metaforen, anekdotes. Als je geen beelden hebt, roep ze dan op. Heb je enkel info, vertel dan wat ze met je klant doet. * Elk woord moet de moeite waard zijn om de belangstelling van je klant weg te dragen: is het concreet, persoonlijk, onderscheidend en noodzakelijk genoeg om te vertellen.
 
Een goed verhaal... is een verhaal dat je zonder moeite kan navertellen!